 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
|
|
 |
Dit verslag is eerder verschenen in De Modelbouwer, nummer 6, 2008
International Indoor fly In 2008 in Nijmegen Wout Moerman Nijmegen
|
 |
|
|
|
|
 |
In het weekend van 15 en 16 maart werd in de Jan Massinkhal in Nijmegen de eerste Internationale Indoor Fly In georganiseerd. De organisatie van deze IIFI was in handen van de NLC, de Nijmeegse Luchtvaart Club, een modelvliegvereniging die zich uitsluitend met vrije vlucht bezighoudt. Vrije vlucht betekend dat de modellen niet bestuurbaar zijn, maar door een juiste afstelling van de vleugels en staartvlakken vliegen de modellen in keurige cirkels. Hierdoor is het mogelijk deze modellen in een grote sportzaal te laten vliegen. Het hele weekend werd er druk gevlogen en werden elkaars modellen bewonderd en besproken. Het was ook geweldig om te zien hoe internationaal deze bijeenkomst was, met modelbouwers uit Engeland, Frankrijk, België, Oostenrijk en zelfs Amerika! Maar ook al is het een internationale wedstrijd, niets wordt voor elkaar geheim gehouden en er veel hulp over en weer geboden. Ook materiaal zoals rubber, propellers en gereedschap wordt aan elkaar gegeven zodat iedereen zo goed mogelijk te kan presteren. Op zondagmiddag was de tribune geopend voor publiek en hiervoor was ook veel belangstelling.
Grofweg waren er twee soorten modellen: schaalmodellen en prestatiemodellen. Beide groepen zijn weer onderverdeeld in diverse klassen. Alle modellen bij deze wedstrijd werden aangedreven met een rubbermotor, met één uitzondering: de elektrisch aangedreven F4E schaalmodellen. De schaalmodellen worden allemaal beoordeeld op de schaalnauwkeurigheid en op de vliegprestaties. Van belang is een goede balans hiertussen. Een model wat zeer gedetailleerd is gebouwd is vaak te zwaar om goed te vliegen. Aan de andere kant kan een zeer karig en licht gebouwd model zeer goed kan vliegen, maar deze scoort meestal slecht bij de statische beoordeling.
|
 |
|
|
|
 |
Ik vloog zelf in drie categorieën: Pistachio, Peanut en Sainte Formule. Pistachios zijn vliegende schaalmodellen die worden aangedreven door een strengetje rubber. Dit is de kleinste wedstrijdklasse met vliegende schaalmodellen, de spanwijdte is maximaal 20 cm en het gewicht ligt tussen de 2 en 5 gram. In deze klasse vloog ik mee met een Koolhoven F.K.46, waarmee ik de eerste prijs binnenhaalde. De tweede prijs ging naar de Engelsman Divs Masters, derde prijs was voor de Fransman Jacques Cartigny. Werkelijk een internationaal gezelschap!
|
 |
|
|
|
|
 |
Peanuts zijn met rubber aangedreven schaalmodellen met een spanwijdte van maximaal 33 cm. Hierbij ging de eerste prijs naar de Fransman Jacques Cartigny. Zijn uit schuim gesneden Morane 1500 haalde een behoorlijk hoge score bij de schaalbeoordeling, maar zijn eerste plaats werd vooral bepaald door de langste vlucht in deze klasse: 62 seconde.
|
 |
|
|
|
|
 |
Job Mast (foto 3) kreeg bij de peanut klasse de prijs voor de beste junior met zijn Farman F.192. De beste tijd met dit model was 43 seconde, een uitstekende prestatie!
|
 |
|
|
|
|
 |
In de Open Schaal klasse met rubber aangedreven modellen won de Engelse Divs Masters met zijn prachtige S.E.5a (foto 4). Bij deze Open Schaalmodellen wordt behalve het schaaluiterlijk van het model ook gekeken naar het realisme van de vlucht. De vluchtduur maakt niet uit zolang de minimale vluchtduur van 15 seconde maar wordt gehaald. De start moet rustig en gelijkmatig gaan, de vliegsnelheid moet bij het soort vliegtuig passen en de landing moet mooi beheerst gaan. En dit is geen gemakkelijke opgave met een onbestuurbaar vliegtuig!
|
 |
|
|
|
|
 |
Behalve Open Schaal Rubber werd er ook Open Schaal Elektrisch gevlogen. Ook hier toonde Divs Master zich werkelijk meester. Hij won hier de eerste plaats met een S.E.5a, maar ook de tweede plaats met een Sopwith Triplane (foto 5).
|
 |
|
|
|
|
 |
Een tussenvorm van de schaal en de prestatiemodellen vormt de Sainte Formule. Dit zijn rubberaangedreven modellen met een romp, cockpit en landingsgestel. Hierdoor lijken ze op een echt vliegtuig terwijl het niet een schaalmodel hoeft te zijn. Mijn model haalde een eerste plaats, de langste vliegduur was 2:28.
|
 |
|
|
|
|
 |
De helft van de tijd werd gevlogen met prestatiemodellen, zoals in de foto te zien in de handen van de Engelsman Reg Boor. Deze modellen zijn superlicht gebouwd en wegen net iets meer dan 1 gram. De bespanning is zo dun als een zeepbel, en bijna net zo kwetsbaar. Door het lichte gewicht kunnen extreem lange vluchten worden gemaakt met als aandrijving een veredeld elastiekje….. Het is fascinerend om deze modellen te zien vliegen, zo kalm en traag en ook zo lang. De langste vlucht in deze categorie werd gemaakt door Bob Bailey, een vlucht van 26:08, dus bijna een half uur!
|
 |
|
|
|
|
 |
Zoals is te zien deden ook bij de prestatiemodellen diverse jongeren actief aan de wedstrijd mee.
|
 |
|
|
|
|
 |
Aan de eind van de tweede dag was er een feestelijke ceremonie waarbij een groot aantal prijzen werd uitgereikt door de voorzitter van de NLC, Frans Voskens, en de voorzitter van de Afdeling Modelvliegen van de KNVvL. Al met al was het een zeer geslaagde Fly In die hopelijk in 2009 opnieuw wordt georganiseerd. Wilt u meer weten over deze hobby? Kijk dan eens op mijn website: www.zininmijnleven.nl/hobby.
|
 |
|